
- Details
In overeenkomsten worden regelmatig afspraken gemaakt over de wijze waarop contractspartijen met een tussen die partijen gerezen geschil om willen gaan. Naast bepalingen over het toepasselijke recht of de bevoegde rechter, komt het steeds vaker voor dat partijen een mediationclausule opnemen. Daarmee spreken zij af dat zij eerst zullen trachten hun geschil via mediation op te lossen. Pas als dat niet lukt, kunnen zij zich dan tot de rechter of een arbiter wenden voor een oordeel over hun geschil.
Over de uitleg van een dergelijke mediationclausule is echter toch nog weleens discussie. Voor de geldigheid van een mediationclausule is van belang dat de inhoud daarvan wordt beoordeeld aan de hand van de uitleg en de bedoelingen en verwachtingen van contractspartijen, zoals blijkt uit jurisprudentie van de Hoge Raad. De opsteller van een overeenkomst moet zich hier dus goed bewust van zijn op het moment dat partijen kiezen voor het opnemen van een mediationclausule in hun contract. Is de clausule onduidelijk, dan kan het zomaar zo zijn dat een van de partijen alsnog (met succes) kan stellen dat niet eerst een mediationtraject behoeft te worden gevolgd in het kader van geschilbeslechting, maar dat meteen een gerechtelijke procedure gestart kan worden. Dat kan verstrekkende (financiële) gevolgen hebben.
Wanneer partijen wel in mediation tot een oplossing proberen te komen, moeten de mediator, de partijen en hun eventuele adviseurs goed in het oog houden dat afspraken in mediation niet per definitie meteen bindend zijn (zeker niet wanneer het MFN-reglement van toepassing is). Uit recente rechtspraak kan dan ook worden afgeleid dat bij aanvang en tijdens een mediation steeds goed moet worden vastgelegd welke afspraken partijen hebben gemaakt over het al dan niet bindend zijn van deelafspraken. Zo heeft de rechtbank Gelderland in een uitspraak van 18 juni 2025 geoordeeld dat voor het ontstaan van bindende deelafspraken binnen een mediationtraject strikte vormvereisten gelden, wanneer daarover afspraken in de mediationovereenkomst zijn opgenomen en partijen dus ook enkel aan die deelafspraken gebonden zijn wanneer aan die vormvereisten is voldaan.
In de mediationovereenkomst in die zaak was (zoals heel gebruikelijk in mediations) vastgelegd dat deelafspraken enkel bindend zijn, wanneer die deelafspraken schriftelijk zijn vastgelegd, door beide partijen zijn ondertekend en expliciet is bepaald dat zij ook blijven gelden indien geen algehele regeling tot stand komt. Nu niet aan de vormvereisten was voldaan, was dus ook geen sprake van bindende deelafspraken. Het oordeel van de rechtbank sluit aan bij het niet verplichtende karakter van mediation, waarin het bereiken van een oplossing die door beide partijen gezamenlijk wordt gedragen centraal staat en partijen dus meer ruimte hebben om vrijuit voorstellen te doen of standpunten in te nemen zonder dat zij daaraan meteen gebonden zijn. Dat is dus anderzijds ook een aandachtspunt voor partijen en hun adviseurs.
Partijen kunnen ook zonder mediationclausule kiezen voor mediation. In alle gevallen geldt echter dat het van belang is om zich bewust te zijn van de juridische kaders waarbinnen mediation plaatsvindt en de wijze waarop afspraken moeten worden vastgelegd om rechtsgevolg te hebben.
Binnen ons kantoor houden wij zowel in onze advocaten- als in onze mediationpraktijk rekening met deze ontwikkelingen, zowel bij het opstellen van contracten als wanneer er een geschil dreigt of al is ontstaan. Meer weten? Neem contact met ons op.
Auteurs: Jeroen Schimmer en Daphne Buren-Baks