Het belang van een Vereniging van Eigenaren (VvE) is soms groot en haar besluiten kunnen soms verstrekkende gevolgen hebben. In bepaalde gevallen is het wenselijk om een beroep op vernietiging van het besluit te doen. Dit kan binnen één maand ná de dag waarop de verzoeker van het besluit kennis heeft kunnen nemen. In de praktijk levert dit veel problemen op: wanneer vangt deze termijn aan? Recent heeft de Hoge Raad zich hierover uitgelaten en daarbij enkele handvatten geboden, welke zowel voor de VvE leden als VvE besturen van belang zijn.

In het arrest van de Hoge Raad van 21 juni 2019, was sprake van een VvE lid welke niet bij een vergadering aanwezig kon zijn. Het lid wilde achteraf een tijdens de vergadering genomen besluit laten vernietigen. Het is in het belang van zowel de VvE als de leden van de VvE dat zo spoedig mogelijk vast staat of het besluit geldig is of niet. Met die achterliggende gedachte dient de eigenaar binnen één maand tot vernietiging van het besluit te verzoeken, anders verliest hij zijn recht daartoe. Het moment waarop deze termijn begint te lopen, is daarom van cruciaal belang. In deze uitspraak geeft de Hoge Raad enkele belangrijke handvatten daarvoor.

Het moment dat de VvE leden redelijkerwijs kennis hebben kunnen nemen van het besluit, is het moment dat de termijn van één maand aanvangt. Het vaststellen van dit moment is een feitelijke en soms lastige opgave. De Hoge Raad onderscheidt drie situaties.

Indien binnen de VvE een gebruikelijke gang van zaken bestaat omtrent het bekend maken van besluiten, dan geldt het moment dat de VvE het besluit officieel bekend maakt. Een dergelijke situatie doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de VvE na afloop van de vergadering standaard de notulen publiceert of op andere wijze verspreidt. Bestaat een dergelijk gebruik echter niet, dan mag van de VvE leden verwacht worden dat zij zelf bij het bestuur informeren naar al dan niet genomen besluiten. Daarbij is de Hoge Raad van oordeel dat de VvE leden dat in ieder geval binnen een week na de vergadering dienen te doen. Uiteraard is er nog een derde situatie denkbaar, namelijk waarin het VvE lid feitelijk al eerder kennis heeft van de genomen besluiten. In dat geval vangt de termijn op het moment van deze kennisneming aan.

Hoewel het steeds een afweging van de feitelijke omstandigheden blijkt, is met deze uitspraak meer duidelijkheid ontstaan. Het loont voor de VvE om na te gaan of hun gebruiken toereikend zijn en om zich bewust te zijn van de (eventuele) gevolgen daarvan voor genomen en te nemen besluiten. Ook VvE leden dienen zich bewust te zijn van hun rechten en plichten ten aanzien van door de VvE genomen besluiten.