De vastlegging van afspraken tussen vennoten binnen personenvennootschappen laat geregeld te wensen over. Bij gebreke van een modern wettelijk kader, zoals rechtspersonen dat wel hebben, is het van groot belang voldoende aandacht te besteden aan het contract van de vennootschap. Nils Beukers gaat in zijn blog in op een aantal aspecten van vennootschapscontracten.

Het is niet een probleem waar ondernemers graag over willen nadenken bij het starten van hun bedrijf: hoe verloopt een splitsing als de vennoten uit elkaar willen? Waar de statuten van rechtspersonen en Boek 2 Burgerlijk Wetboek aanknopingspunten bieden voor dergelijke situaties, is de grondslag van personenvennootschappen een contract. Daarbij geldt dat het Nederlandse contractenrecht de mogelijkheid biedt om overeenkomsten mondeling te sluiten. De vennootschap onder firma, de commanditaire vennootschap en de maatschap kunnen derhalve worden opgericht middels een mondelinge overeenkomst.

Het laat zich raden dat het ontbinden van een bij mondelinge overeenkomst opgerichte personenvennootschap tal van problemen kan opleveren tussen vennoten. Welke afspraken waren er destijds gemaakt over de verdeling van de activa? Hoe wordt de liquidatiewinst aangewend? Mogen beide vennoten in dezelfde regio een eigen, nieuwe onderneming starten? Kwesties als deze worden geregeld voorgelegd aan de rechter.

Zonder vennootschapscontract moet bij de beantwoording van die vragen worden uitgegaan van het gedateerde en beperkte personenvennootschapsrecht. Veel geschillen kunnen worden voorkomen door een strak vennootschapscontract op te laten stellen. Aspecten die daarin zouden kunnen voorkomen zijn de inbreng van activa in de vennootschap, een concurrentie- en/of relatiebeding, verdeling van winst en verlies en de (gevolgen van) ontbinding van de vennootschap.

De ontbinding van de vennootschap is bijvoorbeeld snel aan de orde. Op grond van de wet leidt de opzegging van een van de vennoten in beginsel tot ontbinding van de volledige vennootschap. Dat heeft vrij grote gevolgen: de onderneming dient vervolgens vereffend te worden en kan niet onder dezelfde identiteit verder. Voor voortzetting van de vennootschap na uittreding van een vennoot door de overgebleven vennoten moet een specifieke regeling in het vennootschapscontract zijn opgenomen. Voor de continuïteit van de onderneming is een dergelijke regeling van groot belang. Gelet op het contractuele karakter van de vennootschap zijn veel mogelijkheden voor voortzetting te bedenken.

In het verlengde van uittreding van een vennoot ligt de vraag of de uitgetreden vennoot mag concurreren met de oorspronkelijke vennootschap. Een concurrentiebeding kan hiervoor uitkomst bieden, waarbij in de regel een bepaalde tijdsduur en afstand tot de vestiging van de vennootschap worden gekozen als kaders waarbinnen de uitgetreden vennoot niet een nieuwe, concurrerende onderneming mag starten. De uitgetreden vennoot wordt op die manier beperkt in zijn mogelijkheden. Zonder het opnemen van een concurrentiebeding mag de uitgetreden vennoot in beginsel wel concurreren, hoewel de concurrentie wel onrechtmatig kan zijn. Het aantonen van de onrechtmatige daad kan echter een lastige horde zijn.

Bij het starten van een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap is het dus goed om stil te staan bij de vastlegging van regelingen voor de beëindiging van de vennootschap. Vanzelfsprekend zijn dit niet de leukste zaken aan het begin van een veelbelovende onderneming, maar het kan op de lange termijn geschillen voorkomen. Heeft u vragen over uw vennootschapscontract of wilt u de gemaakte afspraken tussen vennoten laten vastleggen?
Neem dan contact op met Nils Beukers of een van de andere advocaten van De Bok!