Procederen bij de rechtbank, arbitrage, bindend advies en mediation; inmiddels zijn er meerdere manieren om een geschil aan een deskundige voor te leggen.

De meest bekende vormen van procederen bij de rechtbank zijn de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure. Minder bekend is de procedure ex artikel 96 RechtsvorderingRecente ervaring met deze vorm van procederen leidt tot het oordeel dat dit onterecht is. 
Hieronder lees je waarom.

De artikel 96 Rechtsvordering (“art. 96 Rv”) procedure biedt uitkomst bij geschillen waarin partijen niet lijnrecht tegenover elkaar staan, maar toch een rechtsvraag hebben die (door een rechter) moet worden beoordeeld. Ook speelt het waarborgen van de onderlinge relatie dikwijls een rol in de keuze voor een dergelijke procedure. De art. 96 Rv procedure kan dan ook van pas komen bij (bijvoorbeeld) arbeidsconflicten over wijziging van arbeidsvoorwaarden en CAO of OR-vraagstukken.

Wat is een artikel 96 Rv procedure?

Art. 96 Rv biedt partijen de mogelijkheid om zich gezamenlijk tot een kantonrechter van eigen keuze te wenden in het kader van een geschil. De partijen bij een art. 96 Rv procedure dienen daartoe gezamenlijk een verzoekschrift (of brief) in, waarin de standpunten van beide partijen zijn opgenomen en de (rechts)vragen aan de kantonrechter zijn geformuleerd. De kantonrechter wordt verzocht om uitspraak te doen over het geschil.

Let op, een art. 96 Rv procedure kan alleen worden ingesteld ten aanzien van zaken die rechtsgevolgen betreffen die ter vrije bepaling van partijen staan. Onder andere vermogensrechtelijke geschillen (binnen het arbeidsrecht, contractenrecht en burenrecht) kunnen worden voorgelegd aan de kantonrechter. Zaken die niet via art. 96 Rv kunnen worden beslecht zijn onder andere strafrechtelijke zaken of de erkenning van een kind. Ook kunnen niet alle vennootschapsrechtelijke geschillen via art. 96 Rv aan de kantonrechter worden voorgelegd.

De kantonrechter bepaalt vervolgens de wijze waarop de procedure wordt gevoerd, zoals het aantal schriftelijke rondes, mondelinge behandeling of niet en termijnen voor indiening van proces- en bewijsstukken. Partijen kunnen daar in de regel overigens wel invloed op uitoefenen door onderling afspraken te maken over de procesvoering.

Wat zijn de voordelen?

De keuze voor een art. 96 Rv procedure brengt meerdere voordelen met zich mee, waaronder:

  • vrijheid – partijen hebben een grote mate van vrijheid; zij kunnen zelf kiezen welke vragen zij aan welke kantonrechter (zittingsplaats) voorleggen. In sommige gevallen kan zelfs een keuze voor een bepaalde kantonrechter (persoon) worden gemaakt;
  • competentie en kosten – de regels van absolute en relatieve competentie spelen bij art. 96 Rv geen rol. Zo kan de competentiegrens voor de bevoegdheid van de kantonrechter van € 25.000,- worden omzeild door het geschil via art. 96 Rv aan de kantonrechter voor te leggen. Dit is ook financieel voordelig; de griffierechten bij de kantonrechter zijn lager dan bij de rechtbank. Bovendien zijn er geen kosten voor betekening door een deurwaarder en is de art. 96 Rv procedure in vergelijking met arbitrage en bindend advies (over het algemeen) ook goedkoper;
  • snel en laagdrempelig - de procedure is laagdrempeliger dan de formele(re) rechtbankprocedure. Zo is de kantonrechter niet verplicht het bewijsrecht uit art. 149-207 Rv (over het algemeen strak en dwingend) toe te passen, tenzij partijen anders zijn overeengekomen Dit maakt de procedure over het algemeen ook sneller;
  • executoriale titel – anders dan arbitrage en mediation geeft een uitspraak van de kantonrechter een executoriale titel die in beginsel vanaf de dag dat het is gewezen executoriale kracht heeft.

Nadelen

Ondanks de vele voordelen kleven er ook enkele nadelen aan een art. 96 Rv procedure:

  • verstandhouding - er is sprake van een gezamenlijk verzoek. De verstandhouding tussen partijen dient zodanig te zijn dat de vereiste mate van samenwerking bij de totstandkoming van het verzoekschrift mogelijk is;
  • hoger beroep –in beginsel staat hoger beroep niet open tegen een art. 96 Rv uitspraak, tenzij partijen zich deze mogelijkheid uitdrukkelijk voorbehouden;
  • keuze voor art. 96 Rv – partijen kunnen niet (schriftelijk) vooraf, maar slechts nadat het geschil is gerezen een art. 96 Rv procedure overeenkomen. Daarnaast moeten partijen ook overeenstemming bereiken over omzetting naar een reguliere procedure, indien dat wenselijk blijkt;
  • achter gesloten deuren - anders dan arbitrage en bindend advies kunnen partijen niet afspreken dat de behandeling van het geschil en de beslissing niet openbaar zijn.

Uit bovenstaande kan de conclusie worden getrokken dat het onterecht is dat de art. 96 Rv procedure regelmatig als mogelijkheid wordt vergeten. Indien het geschil zich daarvoor leent, is het dan ook aan te raden om te bezien of art. 96 Rv uitkomst kan bieden om een (bindende) uitspraak te verkrijgen, terwijl de onderlinge relatie (zo veel mogelijk) kan worden gewaarborgd. Benieuwd of uw geschil via art. 96 Rv kan worden beslecht of wilt u meer weten?

Neem dan contact met ons op!